ERVARINGEN VAN PLOTS ZELFBESEF
IN AUTOBIOGRAFISCHE BOEKEN

Carl G. Jung (Zwitserland)

Jacques Presser (Nederland)

Henning Mankell (Zweden)

 

Een herinnering van Carl G. Jung (Zwitserland)

Wat Carl Jung in het begin vaneen gefilmd interview hieronder vertelt heeft hij eerder in het Duits beschreven in zijn autobiografie. Die originele Duitse versie staat onder de video.

In mijn boek  Ik ben ik; de ontdekking van het zelf staat een herinnering van de bekende Zwitserse psychiater
Carl C. Jung aan wat ik nu zijn 'individuatie-ervaring' ben gaan noemen, die hij op 11-jarige leeftijd kreeg op zijn dagelijkse wandeling van zijn huis in Klein-Hueningen naar zijn school in Basel. Vele jaren later beschreef Jung die ervaring eerst in zijn autobiografie, in het Duits, maar nog weer later ook in een in 1959 gefilmd interview met hem, in het Engels.

Wie op de foto van Jung hieronder klikt -een still uit dat interview- krijgt het begin van dat interview te zien waarin Jung de herinnering aan die individuatie-ervaring beschrijft. Aan het einde van dat fragment vertelt hij ook nog welk gevolg die belevenis had voor zijn relatie tot zijn vader, een Zwitserse dominee die volgens Jung samen met zijn moeder thuishoorde in de latere Middeleeuwen.

Het volledige interview is te beluisteren en te bekijken op https://www.youtube.com/watch?v=3qZqfDtlHwY

«In jene Zeit fiel ein anderes wichtiges Erlebnis. Es war auf meinem langen Schulweg von Klein-Hüningen, wo wir wohnten, nach Basel. Da gab es einmal einen Augenblick, in dem ich plötzlich das überwältigende Gefühl hatte, soeben aus einem dichten Nebel herausgetreten zu sein, mit dem Bewusstsein, jetzt bin ich. In meinem Rücken war’s wie eine Nebelwand, hinter der ich noch nicht war. Aber in jenem Augenblick geschah ich mir. Vorher war ich auch vorhanden, aber alles war nur geschehen. Jetzt wusste ich: jetzt bin ich, jetzt bin ich vorhanden. Vorher hat es mit mir getan, jetzt aber wollte ich. Dieses Erlebnis schien mir ungeheuer bedeutsam und neu. Es war „Autorität“ in mir.»
(C.G. Jung, Erinnerungen, Träume, Gedanken. Aufgezeichnet und herausgegeben von Aniela Jaffé. Zürich/Stuttgart: Rascher Verlag, 1962)

Het was Thomas Alexandersson die mij{DK)in 1998 op deze herinnering attent maakte.

 

Een herinnering van Jacques Presser (Nederland)

In zijn autobiografie 'Louter verwachting' gaf ook de bekende historicus en hoogleraar Jacques Presser (1899-1970) hiervan een mooi voorbeeld. Hij is dan zes of zeven jaar en staat in een tuin in Antwerpen.
Vreemd: ik kan mezelf nog in die tuin onderscheiden op een heel bepaald ogenblik, alsof ik toen bewust mijn beeld in een momentopname heb willen vastleggen: ik sta op een vierkant stuk hout en roep mijn ouders, om naar me te kijken: "Ik vaar op een boot!" Het eigenaardige is, dat ik nu nog zeker weet dat ik dit heb gedaan, maar ook dat ik mezelf hierin waargenomen heb, dat ik me eigenlijk toen van een ik in mijzelf bewust geworden ben.
De jonge Jacques werd zich dus bewust van 'een ik in mijzelf'. Wat hij beleefde als een soort waarnemend ik, kwam tot de waarneming van een handelend ik 'in zichzelf'. Wie dit citaat met aandacht leest en dan vooral ook blijft stilstaan bij de laatste bijzin: dat ik me eigenlijk toen van een ik in mijzelf be wust geworden ben zal kunnen aanvoelen hoe ik op dat woord eigenander gekomen ben. Als een ander, maar toch 'eigen', want uit de eigen hersenen ontstaan.In tal van herinneringen ben ik steeds weer die verdubbeling tegengekomen, zoals 'ik en mij', 'ik en mijzelf.' Doordenkend op dat vroegkinderlijke inzicht ben ik me gaan afvragen hoe die verdubbeling zich bij oudere kinderen, jongeren en volwassenen voordoet en ben ik dat tweetal geleidelijk gaan zien als een ik dat doet, dingen ervaart, en gevoelens daarbij heeft. En een ánder ik dat naar dat gedoe, beleven en voelen van dat eerste ik kijkt, daar woorden aan geeft, erover nadenkt en er iets van vindt, zoals 'het is wel goed dat ik dit doe' of 'is het nou slecht van me dat ik dat voel?' Het subjectieve ik maakt daarbij het eerste ik object van zijn of haar denken. Kortom alsof dat waarnemende en beoordelende ik een ander is in de eigen geest, de 'eigen' ander. Vandaar de titel van mijn tweede boek over dit onderwerp.

Het was Philo Bregstein die mij, in 2002, op deze herinnering attent maakte.

 

Een herinnering van Henning Mankell (Zweden)

De Ik ben ik ervaring van de negenjarige Henning Mankell, de later zo beroemd geworden Zweedse auteur van detectiveromans; o.a. van de Wallander-reeks.

Toen Mankell op het eind van zijn leven te horen kreeg dat hij aan een ongeneeslijke vorm van kanker leed en nog maar kort te leven had, besloot hij een autobiografie te schrijven. Die verscheen im 2014 onder de titel Kvicksand. Een Nederlandse vertaling van dat boek, onder de titel Drijfzand, van de hand van  Ceciel  Verheij en De Geus BV  verscheen een jaar later onder de titel Drijfzand  bij De Geus in Breda.
 Het derde hoofdstuk getiteld De grote ontdekking heb ik hieronder grotendeels overgenomen. Met enkele inkortingen van de tekst zoals aangegeven met (…)

Temidden  van de chaos aan gevoelens die zich van mij meester maakten  toen mijn klacht van een stijve nek plotseling kanker bleek te zijn viel het me op dat ik steeds vaker aan mijn jeugd moest terugdenken.
Het duurde een poosje voordat ik besefte dat mijn geheugen me  van dienst wilde zijn, mij een aanknopingspunt bood om de ramp die mij was overkomen te kunnen hanteren. Ik moest domweg ergens beginnen, en de keuze was aan mij. Ik raakte er steeds meer van overtuigd dat ik dat aanknopingspunt in mijn vroege leven kon vinden. Ik kies een koude winterdag in 1957 uit. Wanneer ik die ochtend wakker word, heb ik er nog geen weet van dat er die dag een groot geheim zal worden onthuld.
In de vroege morgen, terwijl het nog donker is, loop ik naar school. Ik ben negen jaar (…)
Sveg,waar wij wonen, is een klein dorp. Lange straten zijn er niet. Hoewel deze winterdag zevenenvijftig jaar achter mij ligt, kan ik mij alles nog tot in het kleinste detail herinneren.
De schaarse straatlampen die traag heen en weer slingeren in de veranderlijke, maar zwakke wind. Bij één lamp, die voor de verfwinkel, is de glazen kap gebarsten. Gisteren was hij nog heel. Dus dat is de afgelopen nacht pas gebeurd.
Het moet gesneeuwd hebben terwijl ik sliep. Op de stoep voor de meubelzaak heeft iemand al sneeuw geruimd. Waarschijnlijk Inga-Britts vader, de eigenaar van de winkel. Inga-Britt zitz bij mij in de klas. Maar zij is een meisje, dus lopen we nooit samen naar school. Ook al kan ze nog zo hard rennen. Niemand kan haar bijhouden.
 Ik weet zelfs nog wat ik die nacht had gedroomd: ik sta op een ijsschots in rivier, die vlak naast ons huis stroomt. De ijsschots drijft naar het Zuiden , het dooit hard. Het is lente .In je eentje op een ijsschots staan hoort een angstaanjagend gevoel te geven, omdat het zo gevaarlijk is. Nog maar een paar maanden geleden was er een jongen, een paar jaar ouder dan ik, verdronken toen er op een nabijgelegen meer plotseling een verraderlijk wak in het
 ijs  was ontstaan. Hij kwam onder het ijs vandaan en is nooit meer teruggevonden, ook niet door de brandweer die kwam dreggen. Op school heeft de juf een kruis op zijn bank getekend. Dat staat er nog steeds. Iedereen bij mij in de klas is doodsbang voor wakken en ongelukken en spoken. Iedereen is bang voor het onbegrijpelijke dat de Dood wordt genoemd. In mijn droom voel ik me echter veilig op die ijsschots. Ik wist dat ik niet in het water zou vallen.
Bij  de meubelzaak steek ik schuin de straat over, naar het gemeenschapscentrum. Naast de deur hangen twee vitrines. En evenzovele keren per week verandert het filmaanbod in de bioscoop. De films komen in bruine  kartonnen dozen aan  in de goederenloods op het ststation. Al het transport  vanaf het station  gebeurt nog met paard en wagen. Engman, de conciërge van het gemeenschapscentrum tilt de dozen van de wagen. Ik heb het ook een keer geprobeerd, maar mij lukte het niet. Ze waren te zwaar voor een kind van negen(….).Ik zie dat Engman   de film ‘The Hard Man’ gaat vertonen, wat me niet erg aanlokkelijk lijkt, en een Zweedse film met Nils Poppe. Het enige voordeel van die films is dat die ook voor kinderen geschikt zijn(……)
Op die koude ochtend, zevenenvijftig jaar geleden, heb ik een bijzondere ervaring die mijn leven voor altijd zal beïnvloeden. Ik herinner mij die gebeurtenis nog heel goed. De herinnering staat in mijn geheugen gegrift.   Plotseling krijg ik een ingeving. Het is alsof er een schok door mijn lichaam gaat. Als vanzelf ontstaan de woorden in mijn hoofd. Ik ben ik, en niemand anders. Ik ben ik.
Op dat moment word ik me bewust van mezelf. Daarvóór was ik een kind, met kinderlijke gedachten. Maar nu begint er een heel nieuwe fase. Voor identiteit is bewustzijn noodzakelijk.
Ik ben ik en niemand anders. Ik ben niet inwisselbaar met iemand anders. Het leven wordt plotseling een serieuze kwestie.
Hoe lang ik daar in de kou en het donker ben blijven staan met dit nieuwe, verbluffende inzicht, weet ik niet. Ik herinner me alleen dat ik te laat op school kwam(….} Ik kwam eigenlijk nooit te laat, dus juf Prestjan keek me alleen maar vragend aan en knikte vervolgens. (……) Ik  ging op mijn plaats zitte en  keek om me heen. Niemand had iets in de gaten van dat grote geheim dat ik sinds die koude winterochtend in 1957 bij me droeg.

Het was Marjan Minderhoud die mij, in 2017, op deze herinnering attent maakte.